Aan het woord: Pjotr Anthoni

Ik ben werkzaam bij het knowledge centre van PwC en sinds juli 2015 secretaris van de Commissie Wetsvoorstellen met Machiel Lambooij als interim voorzitter van de commissie. Bijzonder om erbij te vertellen is dat mijn leidinggevende bij het knowledge centre, Mariska van der Maas, en de eindverantwoordelijke voor het knowledge centre, Marcel Jacobsen, beiden ook eerder secretaris zijn geweest van de Commissie Wetsvoorstellen.

Pjotr Anthoni, secretaris Commissie Wetsvoorstellen

Het is een hele mooie rol en super interessant. Je ziet alle wetsvoorstellen op fiscaal gebied voorbijkomen. Natuurlijk niet allemaal binnen mijn eigen vaktechnische specialisatie, maar dat geeft me juist een breed beeld van de fiscaliteit. Van een consultatie van de slachttax tot en met quick fixes in de omzetbelasting, waar ik ondertussen ook steeds meer van begrijp. Ook corporate tax en inkomstenbelasting, onderwerpen waar ik meer in thuis ben, passeren regelmatig de revue.

Het is indrukwekkend om te zien met hoeveel toewijding de commissieleden meewerken en de hoeveelheid werk zij daarbij verzetten. Recent nog hebben we samen gekeken hoeveel bijdragen we in 2022 hebben verzorgd, maar liefst 26. Dat betekent dat we gemiddeld iedere twee weken een reactie geven op een wetsvoorstel of internetconsultatie. Ook voor het box-3 dossier hebben we de nodige input geleverd. Het werk houdt ons goed bezig. We zijn kritisch op aangeleverde teksten, zowel die van commissieleden als leden van de diverse NOB-secties – ook die kunnen input leveren – en proberen ons zoveel mogelijk te houden aan onze eigen toetsingscriteria en ons te beperken tot vaktechnisch commentaar.

In de dynamiek met het Ministerie van Financiën en de huidige staatssecretaris merk je dat die ook kritisch zijn op onze input en de vragen die we opwerpen. Het is minder vanzelfsprekend geworden dat al onze vragen ook beantwoord worden. Uiteindelijk beantwoordt de staatssecretaris de vragen van de Kamerleden en hij accepteert de gebruikelijke ‘catch-all’-vraag, om alle vragen van de NOB te beantwoorden, niet altijd meer van Kamerleden. Dat is soms wel lastig. Want het maakt ons werk potentieel minder effectief. Overigens hopen we natuurlijk dat we kunnen bijdragen aan betere wetgeving en in de praktijk creëren we vooral wetsgeschiedenis. De uitleg van wat er in een wet staat en hoe die wet geïnterpreteerd moet worden, dat is waar we met name een bijdrage aan leveren.

Om een voorbeeld te noemen. Ik heb de afgelopen jaren de pen gevoerd voor de reacties op implementatie van de UBO-registraties. Daarbij hebben we een aantal heel specifieke situaties voorgelegd die door het Ministerie zijn verduidelijkt. Dat is iets waar ik nu nog steeds op teruggrijp. Dan zie je dat je als commissie zinvol werk hebt verricht. Dat is waar we het voor doen.

Proces
Ik hou met name de website van de Tweede Kamer in de gaten en de website internetconsultatie.nl. Dan kijk ik wat er wordt voorgesteld en of dit fiscale relevantie heeft. Ook Manon Ultee van het NOB-bureau speelt hier regelmatig een belangrijke rol in. Als het een relevant voorstel betreft, dan zet ik het in eerste instantie door aan de leden van de commissie wetsvoorstellen. Afhankelijk van het onderwerp neem ik ook de desbetreffende specialistensecties daarin mee en vraag of het relevant is om vanuit de NOB een reactie te geven. Vervolgens wordt er een penvoerder aangewezen en kunnen meelezers zich melden. De deadline voor onze reactie op een wetsvoorstel is afhankelijk van wanneer de Kamerleden hun vragen moeten indienen, de ‘datum van inbreng’. Dat wordt vastgesteld in de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer. Zodra we de datum van inbreng weten, is het een kwestie van terugrekenen zodat de Kamerleden onze reactie op tijd hebben en in hun eigen vragen kunnen meenemen.

Bij internetconsultaties houden we de sluiting aan als deadline. Wij zijn zo’n beetje standaard de partij die op de laatst mogelijke dag een reactie instuurt. Dat is om de tijd die we hebben zo goed mogelijk te gebruiken en de werkdruk voor de commissieleden te spreiden. Ik heb namelijk wel gemerkt dat fiscale internetconsultaties een aanmerkelijk kortere termijn hebben dan bijvoorbeeld die van het Ministerie van Justitie of Economische Zaken.

In de laatste week voordat we een reactie insturen lezen alle commissieleden nog een keer mee. Daarna is de reactie klaar voor verzending en pakt het NOB-bureau dit verder op. Ik zorg ook samen met Manon Ultee voor een korte ‘toegankelijke’ inleiding en infographic. Dat gebruiken we om onze reactie te publiceren op de NOB-website en andere kanalen.

Wat gebeurt er met jullie reactie?
Bij een wetsvoorstel volgen we natuurlijk of de Kamerleden daadwerkelijk onze vragen stellen en vervolgens of zij daarop een antwoord ontvangen van de staatssecretaris. Wanneer niet al onze vragen beantwoord zijn of als er nog aanvullende vragen zijn, dan sturen we nog wel eens een nadere reactie. Die wordt dan meegenomen bij de plenaire behandeling in de Tweede Kamer en soms richten we ons op de Eerste Kamerleden. Een heel enkele keer wordt er een tweede schriftelijke vragenronde gedaan, bijvoorbeeld bij het wetsvoorstel ‘Excessief lenen’. We hadden daarvoor een groot aantal vragen die niet allemaal door de staatssecretaris werden beantwoord. Vanuit de Tweede Kamer is toen besloten om in een tweede vragenronde alsnog de vragen van de NOB te laten beantwoorden door de staatssecretaris. Dat is toch wel een prettige erkenning.

Prinsjesdag
Het zwaartepunt van ons werk ligt bij Prinsjesdag als het pakket Belastingplan wordt gepresenteerd. Sowieso zijn we op kantoor al een dag bezig om alle voorstellen daarvan te verwerken. Dat geldt denk ik wel voor alle kantoren. De dag na Prinsjesdag overleggen we (de Commissie Wetsvoorstellen en de voorzitters van relevante specialistensecties) op welke onderdelen we gaan reageren. Dan start er een intensieve periode die de afgelopen jaren heel kort was. De penvoerders moesten binnen een week hun reacties in concept aanleveren, waarna de meelezers maar enkele dagen hadden om dat aan te vullen. Daarna finaliseren we de reactie met een kleine groep commissieleden die nog een laatste keer kritisch integraal door de teksten gaat. Prinsjesdag is voor ons een hoogtepunt maar het is ook heel veel werk.

Gerelateerd