Geen gelijk speelveld, wel hiërarchische verhoudingen 

De samenwerking met de Belastingdienst krijgt van Henry Doeze Jager, hoofd fiscale zaken bij Van Mossel Automotive Group een ruime voldoende. De dienst is goed bereikbaar en benaderbaar, en handelt kwesties vlot af. Maar een gelijk speelveld ontbreekt, hiërarchie is op de achtergrond altijd aanwezig. 

Hoe werkt u samen met de Belastingdienst? 

‘Je kunt wel zeggen: intensief. Als multinational zijn wij actief in zes landen in Noordwest-Europa. We proberen overal actief samen te werken met de belastingdiensten, maar in Nederland gaat dat het soepelst, zeker omdat hier sprake is van horizontaal toezicht. Daar zijn wij over het algemeen heel tevreden over.’ 

Kunt u dat toelichten? 

‘Ook onze externe stakeholders, zoals aandeelhouders, accountants en banken, hechten veel waarde aan horizontaal toezicht. Een van de uitgangspunten in ons convenant is dat we een acceptabel tax control framework hebben met betrekking tot onze fiscale processen. Wij hebben een monitoringsapparaat om te kijken of die controls ook echt werken. De uitkomsten daarvan bespreken we minimaal één tot twee keer per jaar met de Belastingdienst. Horizontaal toezicht vraagt dus een actieve houding vanuit de belastingplichtige. Dat moet wel: fiscale wet- en regelgeving is geen kwestie van nulletjes en eentjes. Veel fiscale onderwerpen spelen zich af in een grijs gebied en precies daarover wil je discussie zoveel mogelijk voorkomen, omdat onzekere fiscale posities bij externe stakeholders onder een vergrootglas komen te liggen.’ 

De Belastingdienst zit soms nog erg in haar traditionele rol van handhaver. Dat betekent ook: hiërarchie

Welk cijfer geeft u aan de samenwerking met de Belastingdienst? 

‘Een 7-. Via onze klantcoördinator hebben we een goede, snelle en prettige ingang bij de Belastingdienst. We kunnen accuraat schakelen met de verschillende afdelingen, ook over de kleinste zaken, en ook per mail of telefonisch. Dossiers worden over het algemeen vlot afgewikkeld. Aan de andere kant: de Belastingdienst zit soms nog erg in zijn traditionele rol van handhaver. Dat betekent ook: hiërarchie, ook onder horizontaal toezicht. Uiteindelijk moet je je als belastingplichtige wel schikken. Doe je dat niet, dan wek je de indruk zaken te willen verbergen en blaas je het horizontaal toezicht mogelijk op. Uiteindelijk ben je toch een pion die meeloopt op het speelbord van de Belastingdienst.’ 

Handhaven is toch de taak van Belastingdienst? 

‘Zeker. Maar horizontaal toezicht is geënt op samenwerking en dus gelijkwaardigheid, transparantie en wederzijds vertrouwen. Maar er is geen gelijk speelveld, wel hiërarchie. Ons tax control framework is er natuurlijk op gericht om foutmarges in onze fiscale processen te minimaliseren. Maar als de Belastingdienst toch een – in zijn ogen – hiaat of fout constateert, dan wordt dat vaak te zwart-wit uitgelegd in het nadeel van de belastingplichtige. In dat spanningsveld werken wij continu, terwijl samenwerking het uitgangspunt zou moeten zijn en de discussie in mijn ogen veel meer zou moeten gaan over de vraag wat wij doen om eventuele fouten te voorkomen.’ 

Wat verwacht u van de Belastingdienst om dit te verbeteren? 

‘Sommige belastingambtenaren kunnen zich niet altijd goed verplaatsen in complexere bedrijfsvoeringen. In het fiscale domein gaat het nu eenmaal niet alleen over de toepassing van fiscale regeltjes, maar ook om lastige bedrijfsprocessen, druk van binnen en buiten en commerciële belangen. In die dynamiek dienen continu keuzes te worden gemaakt. Niet elke ambtenaar heeft daar altijd begrip voor. Van de Belastingdienst zou ik zo nu en dan wat meer begrip en inlevingsvermogen verwachten. Ook word je als grotere speler in een specifieke branche al snel op ieder detail bekeken en beoordeeld, terwijl dat voor kleinere concurrenten in dezelfde branche veel minder lijkt te gelden. Dat zou in mijn ogen wel eerlijker mogen worden gemanaged.’ 

Het ontbrekende begrip zit u dwars, lijkt wel?

‘Ik heb weleens tegen een ambtenaar van de Belastingdienst gezegd: ons primaire doel is auto’s verkopen en onze klanten tevreden te houden. Tegen die achtergrond doen we ook ons best om de fiscale beheersing op orde te houden. Dit wil de Belastingdienst niet graag horen, maar het is wel de realiteit. Dat begrip zou best wat mogen verbeteren.’ 

Wat kunt u zelf doen om de samenwerking te optimaliseren? 

‘Ik pak bijvoorbeeld frequent de telefoon om onze klantcoördinator bij te praten. Ik probeer hem ook altijd mee te nemen in de CC van mijn e-mails als ik met collega-specialisten communiceer. Zo blijven wij zichtbaar. Ook brengen wij zelf geconstateerde onregelmatigheden proactief onder de aandacht en voorzien wij de Belastingdienst waar mogelijk van actuele informatie. Op deze manier neemt het vertrouwen toe en ontstaat een betere samenwerking.’ 

Jongere medewerkers bij de Belastingdienst hebben meer feeling met de markt. Dat komt de samenwerking ten goede

Komen belastingambtenaren weleens op bezoek, zodat ze zien hoe het bedrijf eruit ziet? 

‘Voor overleg nodigen wij de Belastingdienst uit op ons hoofdkantoor. De echte ‘productiekant’ van ons bedrijf wordt minder gezien. Het gaat hen met name om de kwaliteit en volledigheid van onze fiscale rapportages. Die fysieke afstand is overigens niet eens zo slecht: toen we afgelopen jaar ons nieuwe hoofdkantoor openden, kregen alle medewerkers een gratis snack. Deze actie werd breed uitgemeten op interne videoschermen en dat werd ook opgemerkt door een bezoekende inspecteur. Hij sloeg er direct op aan: ik neem aan dat jullie ook aan de fiscale consequenties hebben gedacht?’  

Wat verwacht u van de toekomst? 

‘Toen ik twintig jaar geleden begon als fiscalist, lag de gemiddelde leeftijd bij de Belastingdienst boven de 45. Het was ‘wij’ en ‘zij’. Al enige jaren is de Belastingdienst aan het verjongen. De jongere medewerkers bij de Belastingdienst hebben meer feeling met de markt. Ze komen vaak van de fiscale advieskantoren en wekken de indruk het bedrijfsleven beter te begrijpen. De samenwerking zal in de toekomst vermoedelijk dus alleen maar beter worden.’ 

Wat schuurt er verder nog? 

‘In mijn ogen is het fiscale vak traditioneel juridisch van aard. In het afgelopen decennium is fiscale regelgeving boekhoudkundiger en mathematischer geworden. Ik bemerk dat de medewerkers bij de Belastingdienst ook steeds vaker een accountantsachtergrond hebben. Dat maakt discussies soms uitdagender. Ik kijk als jurist naar doel en strekking van relevante wet- en regelgeving. Ambtenaren met een accountancyachtergrond kijken soms te vaak naar de kwaliteit van processen en data. Ook dat kan natuurlijk nuttig zijn, maar de juridische redelijkheid ontbreekt dan weleens in de discussie. We moeten oppassen niet te veel uit elkaar te groeien. Dat vergt aandacht en inspanning van beide partijen.’  

Henry Doeze Jager (1980) 

  • 2005 Master Nederlands en internationaal belastingrecht, Universiteit Leiden 
  • 2004-2006 Fiscaal adviseur, Loyens & Loeff 
  • 2006-2012 Internationaal Tax Manager, Deloitte 
  • 2010-2011 Tax Technology Manager, Deloitte UK 
  • 2012-2023 Assistant Tax Director, Mediq 
  • 2023-heden Hoofd fiscale zaken, Van Mossel Automotive Group 

Gerelateerd

Agree to disagree 

Verdieping

Denk aan de werkrelatie 

Verdieping